De verbinders: Lubbers, Cohen en Wijffels
In een tijd waarin organisaties wel moeten samenwerken om complexe problemen op te lossen is het van belang om partijen met verschillende belangen tot elkaar te brengen. Grote 'verbindende leiders' zoals Lubbers, Cohen, Wijffels, Wijers, Alders en Rinnooy Kan kunnen dat. Wat is hun geheim?
In ons Poldermodel is samenwerken van levensbelang. En dat lijkt het steeds meer te worden. In de politiek zijn allianties noodzakelijk en zonder gedoogsteun hadden we niet eens een kabinet. Maar ook diverse organisaties en overheidsorganen moeten de handen ineenslaan om de complexe vraagstukken van deze tijd op te lossen.
Daarvoor is het nodig om meerdere partijen met tegengestelde meningen en belangen constructief te laten samenwerken. Hiërarchisch leiderschap is in zo'n geval vaak niet voldoende. Verbindend leiderschap is dan het toverwoord. Draagvlak en daadkracht zijn twee essentiële punten hierbij: ondersteunen én zaken voor elkaar krijgen.
Maar wat houdt verbindend leiderschap verder in? Om dit onderwerp te verkennen interviewden Edwin Kaats en Wilfrid Opheij de 'bestuurlijke routiniers' Hans Alders, Job Cohen, Ruud Lubbers, Alexander Rinnooy Kan, Hans Wijers en Herman Wijffels over hun handelingsrepertoire in het smeden van allianties.
Uit de gesprekken werden tien geboden voor 'verbinders' gedestilleerd:
Dit volledige artikel is als pdf te downloaden vanaf de website van Twynstra Gudde waar Wilfrid Opheij werkt (klik op MO20110104vermogentotverbinden midden op de pagina).
E. Kaats & W. Opheij, Over 'vermogen tot verbinden' gesproken. M&O, 2011, No. 1, p. 51-68.