Nieuws:
Medewerkers dragen fusie in Lelystad12-01-2010In Lelystad zijn per 1-1-2010 drie welzijnsorganisaties gefuseerd; het ouderen- , jongeren- en vrijwilligerswerk. Daar is bijna twee jaar van intensieve voorbereiding aan vooraf gegaan. Toos Luijk (partner TAAN) vertegenwoordigde als interim-manager/fusiedirectie het vrijwilligerswerk in het fusieproces.
Het initiatief voor de fusie lag bij de gemeente en kon rekenen op een flinke dosis sepsis bij alle betrokken partijen. Ergens halverwege 2008 ontstond er geloof en vertrouwen, ja zelfs plezier in de ontwikkeling van de brede welzijnsinstelling. De partijen hebben het heft zelf in handen genomen. Wat is er veranderd? Waardoor werd het hun eigen proces. Welke rol heeft het personeel gespeeld en wat kunnen andere gemeenten en welzijnspartijen van dit proces leren?
Het personeel werd bij het proces betrokken en heeft een belangrijke rol gespeeld. Iedere 6 weken werd er een personeelslunch georganiseerd en verscheen er een nieuwsbrief. Er is een fietstocht gehouden langs alle locaties waar de welzijnsorganisaties zich hebben gepresenteerd. De fietstocht en het bezoek moest inspiratie opleveren voor een logo voor de nieuwe organisatie. De bevindingen van de verschillende groepen werden ’s avonds onder een etentje gepresenteerd. De betrokkenheid die daaruit naar voren kwam was verrassend. Dat bleek ook uit de opkomst, iedereen die enigszins aanwezig kon zijn was er. Het personeel had er zin in, zien kansen, misschien nog wel meer dan de besturen.
Vorig jaar heeft het personeel van het ouderenwerk, tijdens een beleidsdag het laatste zetje gegeven dat het bestuur nodig had om mee te gaan in de fusieplannen. De initiatief voor de fusie is door de gemeente genomen. Het samengaan van de drie instellingen zou meer eenheid in het welzijnsbeleid kunnen brengen. Welzijnspartijen zijn belangrijke spelers in het WMO-beleid. Door in te zetten op verstevigen van de organisaties en meer wijkgericht te gaan werken, wordt het welzijnswerk minder kwetsbaar zo is de gedachte. Het bestuur was septisch; was er sprake van een goed verpakte boodschap om te bezuinigen en hoe staan de 2 andere organisaties er financieel voor? In de beleidsdag bleek dat het personeel kansen zag in de fusie en dat heeft het bestuur over de drempel geholpen.
De gemeente heeft het de partijen ook niet gemakkelijk gemaakt; nadat partijen een intentieverklaring hadden ondertekend en het college van B&W per brief een aantal garanties had gegeven over het behoud van het budget, wilde de raad ten principale nog eens over de fusie spreken. Dat heeft het traject een paar maanden stilgelegd. Toen de raad hierop het groene licht gaf, wilden zij geen uitspraak doen over de meerkosten van de huisvesting. Dat die zouden oplopen was bekend, ook zonder fusie zou dat zijn omdat twee van de drie instellingen te klein waren gehuisvest. Voor een nieuw huurcontract kon worden getekend moesten er heel wat onzekerheden worden overwonnen en knopen doorgehakt.
Het betrekken van het nieuwe pand aan de Schans vormde in oktober j.l. een mijlpaal. Eigenlijk keek iedereen reikhalzend uit naar de verhuizing, een beloning van anderhalf jaar hard werken. Papier is maar papier, als je ziet waar je komt te zitten en met wie, bekende of minder bekende collega’s, dan gaat het pas echt leven. Het pand vormt het agogisch personeel vooral een uitvalbasis waar ze maar af en toe komen. Het meeste werk wordt immers in de stad, op straat en in de buurthuizen in de wijken uitgevoerd. Daar gebeurt het en dat blijft ook zo, maar wel met elkaar en niet naast elkaar. Zo kan de uitvoering van de WMO een concreet gezicht krijgen.
BMC heeft de fusie begeleid en is begonnen met een draagvlakonderzoek wat heeft geleid tot een intentieverklaring en het bedrijfsplan, waar de contouren van de nieuwe organisatie zijn uitgewerkt zoals missie, organisatiestructuur, de werkwijze, het management, bestuur en de financiën en voorgelegd aan het personeelsplatform.
De succesfactoren?
Betrek het personeel echt bij de fusie en houd hen betrokken.
Een goede werkrelatie met de gemeente en tijdsplanning.
Laat iedereen doen wat er moet gebeuren; de fusiedirectie bereidt voor, de werkgroepen denken mee en werken uit en de stuurgroep beslist.
Dit artikel is bewerkt overgenomen uit de Nieuwsbrief Maatschappelijke ontwikkeling van BMC
(dec 2009); met dank aan Ali Dekker.
Meer informatie over succesvol fuseren kunt u opvragen bij Toos Luijk tel 06- 10482258
luijk@taan.eu